Kerstgedachte…. met een flinke twist

Bam. En plots heb je een idee.

Maar dan heb je ook de gevolgen. Dus als ik bedenk dat ik ‘wel even’ met een Super Cub naar de Ardennen en terug kan rijden tijdens de kerstdagen, eh… ehm, juist ja.

Dat begint natuurlijk al wat eerder. Als je voor je uit zit te staren, te bedenken wat je met je tijd moet doen in de stille decembermaand. Totdat je bij een collega de Cub voorbij ziet komen en denkt ‘verrek, da’s waar ook’. Dat verdient een artikel en dat mag best wat meer worden dan een rondje rond de kerk. Het is weer roadtriptijd! Maar ja… effe naar de Stelvio is misschien wat al te gek en Gibraltar al evenzo. Het mag best een trip worden, maar in een dag zal het wel weer leuk geweest zijn. België dus, Vielsalm, want daar ken ik nog een verblijfadresje. Ook inschakelen. Maar dan… wanneer? Liefst maak ik er een kerstverhaal van, dus dan moet ’t voor die tijd klaar voor publicatie zijn. Bellen. ‘Nee, dan kan niet, want hij moet eerst terug voor een beurt’. Even later: ‘Nee, dan kan inmiddels ook niet meer’. En zo gaat het nog even door. En dan is er nog het punt ‘hoe komt dat ding hier?’ ‘Nou, je kunt ‘m halen’. Ja, in Nieuwleusen… dat is op zich al een wereldreis. Kan dat niet op transport? Lang verhaal iets korter: uiteindelijk lukt dat ook niet. Maar ja, wat doe ik dan? Heen en weer met de auto en die dus een poos missen? Da’s niet handig. ’t Ding achterin gooien? Nah… ik moet ‘m nog terug kunnen geven. Een liftje inschakelen? Dat kost dubbel veel tijd, heen én later ook weer terug. Er zit niks anders op dan even de auto op pauze zetten. Dan moet ik maar even niet gaan mountainbiken…. balen, maar goed.

Hetzelfde is te zeggen over de timing. Nog stevig na balend moest het dan maar met de kerstdagen gebeuren, maarja… dan moet je maar terecht kunnen. Of ik bezwaar had dat schoonmoeder er bij was. Nee, natuurlijk niet. Ik was al blij genoeg dat het zo kon, anders had ik eerste kerstdag mooi op een houtje kunnen bijten. Hier in de familie waren alle festiviteiten verplaatst naar tweede kerstdag. Andersom is het geen probleem, veel volksstammen vieren eerste kerstdag feest en gaan de tweede op pad. Maar andersom? Maar goed, tof, ik had wat te doen. Gas tegen de stuit en wachten, wachten, wachten… tot je er bent. Zoals ook in het verhaal staat.

Maar dan is het nog niet gebeurd. Ben je moe, uitgeput maar voldaan en een beetje trots op jezelf het tot zover te hebben volbracht, vergeet je bijna deel twee: je moet dat takkeëind nog terug ook. En om het leuker te maken: dan begin je in de vrieskou. Daar hebben we het dan ook lang over gehad, onder het genot van een biertje uit eigen voorraad en een legpuzzel. De snelweg, de eerste keus als een klus er op zit, wordt afgeraden. Dan zit je helemaal stil en dus te vernikkelen terwijl je tergend langzaam de kilometers onder je door laat rollen. Binnendoor kan, maar dat is ook koud. Met aan één zijde de Hoge Venen en aan de andere kant de Ardennen, zit er niks anders op dan de N66 te nemen, dat is nog het meest in het dal en beschut. En nog een beetje sturen en remmen, om de bloedsomloop op gang te houden. Maar ook dat schiet natuurlijk niet op. En dan begint het met je kop te werken. Sowieso kan het als ijspegel niet snel genoeg gaan, maar als het ding niet harder gaat, dan heb je je daar bij neer te leggen.

Maar als je dan na -voor je gevoel- opnieuw een volle dag rijden nog steeds dwars door België rijdt terwijl je ook wel eens Nederlandse plaatsnamen op de borden wilt zien, over geitepaadjes (is dit nou echt de snelste route, beste  Garmin?) geblokkeerd door tractoren en toebehoren, kan ook niet opschieten. Maar dan weet je ineens dat je een Cub rijdt en die laten zich niet tegenhouden. Dus hop, door het gras en dóór. Maar goed, nog steeds geen Nederland en ik ben het zat. Helemaal en volledig zat. De eerste snelweg die ik tegenkom neem ik gewoon, klaar. En wat blijkt: dan zit je nog steeds maar bij Zolder. In de auto nog zeker twee, twee een een half uur. Met dit ding… wie weet? Fuck.

Dat het met je hooft speelt, blijkt later wel als ik alsnog uiteindelijk bij Hazeldonk arriveer om voor de veertigste keer te tanken. Even het thuisfront informeren, die zullen ook wel willen weten wanneer ze aan het eten kunnen beginnen. ‘Normaal gesproken een uurtje. Nu zou ik het niet weten’. Tank vol, jas dicht en tuffen maar weer. En als je dan dus achteraf alsnog ongeveer een uur later thuis bent, blijkt dat het dus toch niet eens zo gek veel scheelt. In werkelijkheid dan.

En dan mag je de volgende dag dus nóg eens honderdzeventig kilometer rijden naar Nieuwleusen. Ben nog nooit zo blij geweest dat ik een motor inleverde.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.