De garage van Eef

De garage van Eef is weg. Dat wist ik al enkele dagen, ik reed er onlans voorbij en zag dat. Maar ik realiseerde het me pas echt toen ik naar huis reed op een Triumph Thruxton en wat voor me uit zat te mijmeren. Te genieten vooral, want ik had al snel bedacht dat dit zo ongeveer de samenvatting is van het motorrijden van vandaag de dag. Retro, cool, loopt als nieuw, rijdt als vanouds. Dat je zo in de bubbel van het topkuipje echt hélemaal het juiste idee hebt, met de donkere roffel van de twin onder je, de smalle tank, de stand vna clipons en voetsteunen, enfin, je snapt het wel. Dit is het betere motorrijden, want al ben je met iets anders makkelijk sneller, daar gaat het niet meer om. Beleving is het belangrijkste en er is nauwelijks een beleving zo goed uitgekristalliseerd als op dit ding. Je vóelt weer, je ruikt, je ziet… al je zintuigen geven door dat je nu ‘puur’ aan het motorrijden bent. Niet om zo snel of soepel mogelijk op je bestemming te komen, maar om zo veel mogelijk te genieten tussen vertrek en aankomst. Dat idee.

Het idee dat je je zou kunnen verplaatsen in ‘vroeger’. Dat je je kunt voorstellen dat het destijds ook zo geweest moet zijn. En dan komt die Triumph heel dicht bij het ideaal: de openingsscene van Spetters. Film der films, het ultieme motorepos. En inderdaad, die openingsscene zien we een van de hoofdrolspelers, Eef, op zijn luchtgekoelde Honda (viecilinder, dat wel) richting zijn werk rijden. Met zo’n zelfde zithouding, achter zo’n zelfde kuip.

Aah, Spetters. Film van de oude stempel. Verhoeven in z’n jonge jaren en op en top Nederlands product. Goed voor elke jongenskamer, want voldoende bloot. Verplichte kost voor elke motorrijder eigenlijk, een culticoon. De tieten van Renée Soutendijk, járen voor Kees Flodder en de tennisleraar van Schatjes. Veel motoren, drie vrienden, drama, alles. En alles opgenomen op mijn stoep. Letterlijk soms, want mijn geboortehuis stond precies op de plaats waar veel scenes zijn opgenomen. En dus ben ik opgegroeid met die film. Elke locatie, elk plekje is bekend en rij ik nog steeds graag voorbij, zoals elke motorrijder rond Rotterdam wel eens zou moeten doen. En er is nog zoveel van herkenbaar gebleven: de kade rond de oude haven van Maassluis (mijn plekkie), afslag Spijkenisse, de Brienenoordbrug, de Maassluisedijk, de Lijnbaan, de metro, noem maar op. En dus de garage van Eef, waar hij in de film werkte en we soms ware pareltjes uit de filmgeschiedenis konden zien. Hier verkocht hij de zak sinaasappelen die later zijn vriend fataal zou worden. Hier werd gesleuteld, piemels vergeleken, een van de meest tenenkrommende staaltjes product placement en meer. Werden hier in de film vriendschappen bezegeld, zo voelde dat in het echt ook, telkens als ik er voorbij kwam. En die garage, of oude schuur die het in werkelijkheid was, blééf. Ondanks de nieuwbouw er omheen, ondanks alles wat er gebeurde in de kleine gemeente, bleef die schuur staan. Veertig jaar lang, sinds de opnames. Een relikwie nog voordat de term was uitgevonden. Bedevaartsoord zou ik het nog net niet noemen, maar wat scheelde het weinig. Het beginpunt van een paar kilometer slingerende weg door de polder, richting Schipluiden. Altijd goed voor een overtreding of wat per rit. Had ik eerder een motor als de Triumph gehad, dan had ik die ook hierlangs gejaagd, net als Eef. Dan had ik ook nog net even een plas meegepikt als er iemand over de brug aan kwam rennen om de bus te halen, net als Eef. En er geen spijt van gehad maar me stoer gevoeld, omdat het was zoals in de film. Mijn film.

Die schuur, niemand wist het bijna, daar zijn levens veranderd. In de film, maar ook in het echt. En juist omdat die schuur een beetje verborgen was, had niemand er ook last van. Als je niet oplette had je ‘m gemist in het voorbijgaan. Maar ik keek altijd, heel even, naar links. Naar de schuur. De garage van Eef. En nu is ‘ie er niet meer. Net als ik zo goed mogelijk mijn beeld compleet heb, de juiste motor, de juiste situatie, het juiste gevoel, de wereld is er klaar voor, iederéén wil zo’n ding. En uitgerekend nu is er wat gebeurd. Geen flauw idee wat, misschien wilde de eigenaar gewoon nieuw. Misschien, want dat houdt nog een klein beetje romantiek, is de eigenaar overleden en is dit de actie van een projectontwikkelaar die de grond voor een prikkie kocht en dat lelijke krot maar een doorn in het oog en een streep door zijn plannen vond. Laten we het daar bij houden. Verdomme, de garage van Eef is weg en niemand heeft het gemerkt.

Okee, bijna niemand. Voor mij staat die garage er nog atijd. En ik hoop nu, voor net iets meer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.